Droogte voorjaar 2017 uitzonderlijk: ook Zwevegemse landbouw kan schade-aangiftes melden.


maandag, 24 juli, 2017
Landbouw

Op 18 juli deelde Joke Schauvliege (CV&V) mee dat ze de procedure opstart voor erkenning van de aanhoudende droogte in voorjaar 2017 als landbouwramp. Een recente studie van het KMI wees immers uit dat de droogte in de maanden april, mei, juni 2017, uitzonderlijk was op een tijdsspanne van 20 jaar in 150 gemeentes, ook in Zwevegem. 
Het gemeentebestuur wordt gecontacteerd en krijgt alle nodige informatie over de verwerking en controle van de schade-aangiftes, ingediend door de landbouwers.

Onze CD&V minister heeft de procedure opgestart voor de tussenkomst van het Vlaams Landbouwrampenfonds in de schade als gevolg van de uitzonderlijke, aanhoudende droogte in het voorjaar 2017.
Op vraag van de minister heeft het KMI een tweede onderzoek ingesteld naar de extreme droogte in het voorjaar 2017 met name de maanden april, mei en juni. De conclusie van het KMI, op basis van een terugkeerperiode van twintig jaar, luidt dat het inderdaad om een uitzonderlijke situatie gaat in 150 gemeentes o.a. in Zwevegem.

Alle Zwevegemse landbouwers die schade aan teelten hebben geleden, krijgen de mogelijkheid om deze schade te melden. Ze moeten daarvoor echter zelf het initiatief nemen om de gemeente te contacteren waarin de getroffen teelten/percelen zich bevinden. De gemeente kan op haar beurt een schattingscommissie op pad sturen voor een voorlopige schadevaststelling.

Een eerste schadevaststelling is nodig om het oorzakelijk verband vast te stellen tussen het weersverschijnsel en de schade. Op een moment waarop een definitieve oogstraming kan gebeuren, bij voorkeur net vóór de oogst, moet de definitieve schade worden vastgesteld door de gemeentelijke schattingscommissie. Op het einde van het eerste bezoek van de commissie voor de vaststelling van schade aan teelten, maakt u best reeds afspraken om het tweede bezoek (schatting van de schade bij de oogst) in te plannen. Het tweede bezoek vindt plaats zo kort mogelijk vóór de oogst van het resterende gewas.

Enkel in het geval er geen twijfel is over het percentage van de beschadigde teelt bij de eerste schadevaststelling (bv. als de vaststelling net voor de oogst gebeurt), mag die eerste schadevaststelling ook onmiddellijk de definitieve schadevaststelling zijn.

Aan de landbouwers wordt gevraagd om zo snel mogelijk hun schade-aangifte in te dienen bij de gemeente. De gemeentes hebben immers maar tijd tot vrijdag 8 september 2017 om op basis van voorlopige vaststellingen een raming van de totale schade en het aantal schadegevallen van de gemeente door te geven aan het Departement Landbouw en Visserij.

Op basis van alle schattingsverslagen van de eerste schadevaststellingen zal een raming gemaakt worden van het totaal bedrag van de schade. De erkenning van een landbouwramp is pas mogelijk wanneer de totale schade hoger ligt dan 1,24 miljoen euro en wanneer de gemiddelde schade per dossier meer dan 5 580 euro bedraagt.

Meer info: Bart Dewaele dewaele.bart@telenet.be
0478 35 18 03